Shop

Resultaat 25–35 van de 35 resultaten wordt getoond

Sluiting clips voor hagelnet

perfect voor het winterse sluiten en naaien van netten
hoge montagesnelheid dankzij 6 punten
bij het openen van de netten hoeft u geen enkel element van het systeem te verwijderen

Snoeizaag

Uitstekende trek-snoeizaag die zorgt voor een schone en precieze snede. De inklapbare vergrendeling maakt deze zaag veilig en handig. Het blad heeft een driezijdige snijkant en getemperde tanden: dit alles garandeert een zeer lange levensduur en een uitzonderlijke sterkte van het blad. Het bladoppervlak is glad en dit verbetert de prestaties tijdens het snijden, helpt infecties te voorkomen en zorgt voor een snelle genezing van de plant. De tweecomponenten kunststof grip is zeer comfortabel en handig

Steenuilkast

 27,70

Deze eenvoudige nestkast is een houten doos met drie afdelingen.
In het achterste deel wordt gebroed. Het middelste deel is de toeloopgang naar de nestholte. Het voorste deel is het balkon.

De steenuil leeft in oude hoogstamboomgaarden, hagen (voorkeur voor knotwilgen) en gemengde landschappen, braakland in dorpsomgeving, open landschappen met bomen en korte vegetatie (weiden, gemaaide grasstroken). Ze zijn zeer plaatstrouw.

  • Ophanghoogte : 1,5 – 10 m (gemiddeld 3 à 5m) in bomen, struiken, houtstapels.
  • Nestkast in bomen ophangen onder een dikke tak in de schaduw. – Op de bodem een laag turf, zaagsel, schorsstukken of oude houtsnippers (5 cm dik) leggen.
  • Invliegopening of balkon gericht op het zuidoosten.
  • Uilen nemen al vanaf december – januari de nestkasten in gebruik voor een nest. Dus de kast voor deze periode zuiver maken en eventueel herstellen.

Het invlieggat wordt liefst naar het zuid-oosten geplaatst, met de opening weg van de overheersende winden en als bescherming tegen de regeninslag. In fruitteeltaanplantingen ook rekening houden met de spuitrichting, om te voorkomen dat er rechtstreeks spuitnevel in de nestkast komt, de opening dus best met de rijrichting mee hangen en niet loodrecht op het rijpad. De nestkasten loodrecht ophangen of lichtjes voorovergebogen, zodat het er niet inregent. Er moet een vrije in- en uitvliegmogelijkheid zijn, bijgevolg moeten de takken voor het uitvlieggat regelmatig verwijderd worden. Plaats de nestkast echter ook niet in de volle zon, anders wordt het te warm in de nestkast voor de eieren, de broedende vogel of de jongen. Vleermuizen daarentegen hebben graag een warme kraamkamer voor hun jongen, daarom plaatst men verschillende kasten op dezelfde paal om keuzemogelijkheden te hebben

Algemeen worden er 3 tot 6 nestkasten per ha aanbevolen voor kleine vogels, waarvan 1 tot 2 kasten met een diameteropening van 26 – 28 mm en de overige met 30 – 32 mm. De kasten worden op minstens 50 m van elkaar geplaatst. In hagen en aan gebouwen kunnen ook nog andere nestkasttypes geplaatst worden. In gebieden met kleine fruitpercelen omgeven door veel hagen en bosjes, worden er zelfs tot 15 kasten per ha aangeraden.

Torenvalk – kast / halve open vogel nestkast

 15,00

– Type:halfopen

– Bodem voorzien van een laag van 5 cm dik bestaande uit zaagsel, turf, aardkluitjes, takjes, kort stro of een oud duivennest.

– Plaatsing best zo hoog mogelijk op een paal (met een min van 4 m), in een boom, tegen een muur van een afgelegen gebouw of aan de rustige zijde van een gebouw.

– Opening niet op de zonzijde (zuiden), wel op het noordoosten

– In veel gebieden arm aan hoge bomen of struiken is dit de enige nestmogelijkheid. – Aantal: 2 nestkasten per 100 ha, 1.000 m van elkaar.

– Afstand: nestkast tot 200 m afstand van gebouwen plaatsen.

Plaats:

* Bij voorkeur waar problemen worden verwacht van woelmuizen

– ratten, langs grachtkanten, taluds, langs permanente weiden of hoogstam percelen.

* Liever meer zitstangen plaatsen op de gevoelige plaatsen, dan verspreid over het perceel. Afstand max. 100 tot 200 m van elkaar.

* Dwarshout dwars op de hoofd windrichting (Z-W). – Bouw:

* Zitstang moet minstens paar meter boven de bomen uitsteken (4-5 m hoog).

* Dwarshout : T of enkele of dubbele driehoek, 30 tot 50 cm lang en een doorsnede van 3 cm. – Aantal:

* 1 tot 5 per ha i.f.v. woelmuizen en ratten.

Torenvalk – Falco tinnunculus Belang:

Is één van de meest voorkomende roofvogels in België. Ongeveer 85% van zijn voedsel bestaat uit (woel) muizen en ratten, heeft een stabiliserend tot voorkomend effect op deze plagen.

Basiskenmerken

Lengte: 21-39 cm

Vleugelspanwijdte: 65-82 cm

Dagactief Prooivogel

Geluid: ‘kiekiekie’, op de broedplaats ‘srie-srie’

Standvast tot gedeeltelijk trekvogel

Vlucht: biddende vlucht (zie foto) Rug is roodbruin met donkerbruine vlekken, staart met zwarte eindband (foto vilda). Mannetje heeft grijze kop, staart en stuit.

Territoriumgrootte: 0,05 – 1,5 koppels/km² (afhankelijk van het voedselaanbod) Biddende vlucht

Leefgebied

De torenvalk past zich zeer goed aan in alle leefgebieden, en komt bijgevolg voor in uitgestrekte akkerbouwgebieden tot in de steden.

Jachtwijze

Vanop een gekozen zitplaats (zitstang in boomgaard, straatverlichting, telefoonpalen, boom- en weidepalen) speuren ze naar een prooi. Ze vliegen ter plaatse, biddend (=klapwiekend).

Voedsel

Ze kunnen tot 1500 prooien per jaar verorberen. Per dag kunnen dit bijvoorbeeld 4 woelmuizen zijn in de winterperiode, tot 8 woelmuizen in de zomerperiode. Ongeveer 85 % van hun prooien zijn kleine knaagdieren; veld- en woelmuizen, maar ook spitsmuizen en mollen. Wanneer het aanbod knaagdieren beperkt is, worden er ook kleine vogels, grotere insecten, slakken en regenwormen gevangen.

Voortplanting

De torenvalk maakt zelf geen nest, maar gebruikt oude ekster-, kraaien- en duivennesten. Ook zoeken ze de nissen op in gebouwen, rotsen, torens of elektriciteitspalen. Open nestkasten opgehangen op 4 tot 6 m hoogte zijn ook zeer geschikt. Ze leggen één keer per jaar 4 tot 6 roodbruin gevlekte eieren met een witte grondkleur in de periode begin april tot eind juli. Het vrouwtje broedt 27 tot 32 dagen op het nest. De jongen blijven daarna nog 30 dagen in het nest en nadien worden ze nog gedurende 4 weken door de ouders gevoed. Meestal overleven 3 à 4 jongen, afhankelijk van het voedselaanbod en het weer. Bij weinig voedsel kan de eileg uitgesteld worden. Gedurende jaren blijven ze trouw aan hun nest en partner.

(PC Fruit)

Torenvalk – kast / halve open vogel nestkast

 52,00

Cederhout 15mm

50cm x 35cm x 45cm

– Type:halfopen

– Bodem voorzien van een laag van 5 cm dik bestaande uit zaagsel, turf, aardkluitjes, takjes, kort stro of een oud duivennest.

– Plaatsing best zo hoog mogelijk op een paal (met een min van 4 m), in een boom, tegen een muur van een afgelegen gebouw of aan de rustige zijde van een gebouw.

– Opening niet op de zonzijde (zuiden), wel op het noordoosten

– In veel gebieden arm aan hoge bomen of struiken is dit de enige nestmogelijkheid. – Aantal: 2 nestkasten per 100 ha, 1.000 m van elkaar.

– Afstand: nestkast tot 200 m afstand van gebouwen plaatsen.

Plaats:

* Bij voorkeur waar problemen worden verwacht van woelmuizen

– ratten, langs grachtkanten, taluds, langs permanente weiden of hoogstam percelen.

* Liever meer zitstangen plaatsen op de gevoelige plaatsen, dan verspreid over het perceel. Afstand max. 100 tot 200 m van elkaar.

* Dwarshout dwars op de hoofd windrichting (Z-W). – Bouw:

* Zitstang moet minstens paar meter boven de bomen uitsteken (4-5 m hoog).

* Dwarshout : T of enkele of dubbele driehoek, 30 tot 50 cm lang en een doorsnede van 3 cm. – Aantal:

* 1 tot 5 per ha i.f.v. woelmuizen en ratten.

Torenvalk – Falco tinnunculus Belang:

Is één van de meest voorkomende roofvogels in België. Ongeveer 85% van zijn voedsel bestaat uit (woel) muizen en ratten, heeft een stabiliserend tot voorkomend effect op deze plagen.

Basiskenmerken

Lengte: 21-39 cm

Vleugelspanwijdte: 65-82 cm

Dagactief Prooivogel

Geluid: ‘kiekiekie’, op de broedplaats ‘srie-srie’

Standvast tot gedeeltelijk trekvogel

Vlucht: biddende vlucht (zie foto) Rug is roodbruin met donkerbruine vlekken, staart met zwarte eindband (foto vilda). Mannetje heeft grijze kop, staart en stuit.

Territoriumgrootte: 0,05 – 1,5 koppels/km² (afhankelijk van het voedselaanbod) Biddende vlucht

Leefgebied

De torenvalk past zich zeer goed aan in alle leefgebieden, en komt bijgevolg voor in uitgestrekte akkerbouwgebieden tot in de steden.

Jachtwijze

Vanop een gekozen zitplaats (zitstang in boomgaard, straatverlichting, telefoonpalen, boom- en weidepalen) speuren ze naar een prooi. Ze vliegen ter plaatse, biddend (=klapwiekend).

Voedsel

Ze kunnen tot 1500 prooien per jaar verorberen. Per dag kunnen dit bijvoorbeeld 4 woelmuizen zijn in de winterperiode, tot 8 woelmuizen in de zomerperiode. Ongeveer 85 % van hun prooien zijn kleine knaagdieren; veld- en woelmuizen, maar ook spitsmuizen en mollen. Wanneer het aanbod knaagdieren beperkt is, worden er ook kleine vogels, grotere insecten, slakken en regenwormen gevangen.

Voortplanting

De torenvalk maakt zelf geen nest, maar gebruikt oude ekster-, kraaien- en duivennesten. Ook zoeken ze de nissen op in gebouwen, rotsen, torens of elektriciteitspalen. Open nestkasten opgehangen op 4 tot 6 m hoogte zijn ook zeer geschikt. Ze leggen één keer per jaar 4 tot 6 roodbruin gevlekte eieren met een witte grondkleur in de periode begin april tot eind juli. Het vrouwtje broedt 27 tot 32 dagen op het nest. De jongen blijven daarna nog 30 dagen in het nest en nadien worden ze nog gedurende 4 weken door de ouders gevoed. Meestal overleven 3 à 4 jongen, afhankelijk van het voedselaanbod en het weer. Bij weinig voedsel kan de eileg uitgesteld worden. Gedurende jaren blijven ze trouw aan hun nest en partner.

(PC Fruit)

Torenvalk – kast / halve open vogel nestkast

 61,00

Cederhout 15mm

59cm x 50cm x 31.5cm

– Type:halfopen

– Bodem voorzien van een laag van 5 cm dik bestaande uit zaagsel, turf, aardkluitjes, takjes, kort stro of een oud duivennest.

– Plaatsing best zo hoog mogelijk op een paal (met een min van 4 m), in een boom, tegen een muur van een afgelegen gebouw of aan de rustige zijde van een gebouw.

– Opening niet op de zonzijde (zuiden), wel op het noordoosten

– In veel gebieden arm aan hoge bomen of struiken is dit de enige nestmogelijkheid. – Aantal: 2 nestkasten per 100 ha, 1.000 m van elkaar.

– Afstand: nestkast tot 200 m afstand van gebouwen plaatsen.

Plaats:

* Bij voorkeur waar problemen worden verwacht van woelmuizen

– ratten, langs grachtkanten, taluds, langs permanente weiden of hoogstam percelen.

* Liever meer zitstangen plaatsen op de gevoelige plaatsen, dan verspreid over het perceel. Afstand max. 100 tot 200 m van elkaar.

* Dwarshout dwars op de hoofd windrichting (Z-W). – Bouw:

* Zitstang moet minstens paar meter boven de bomen uitsteken (4-5 m hoog).

* Dwarshout : T of enkele of dubbele driehoek, 30 tot 50 cm lang en een doorsnede van 3 cm. – Aantal:

* 1 tot 5 per ha i.f.v. woelmuizen en ratten.

Torenvalk – Falco tinnunculus Belang:

Is één van de meest voorkomende roofvogels in België. Ongeveer 85% van zijn voedsel bestaat uit (woel) muizen en ratten, heeft een stabiliserend tot voorkomend effect op deze plagen.

Basiskenmerken

Lengte: 21-39 cm

Vleugelspanwijdte: 65-82 cm

Dagactief Prooivogel

Geluid: ‘kiekiekie’, op de broedplaats ‘srie-srie’

Standvast tot gedeeltelijk trekvogel

Vlucht: biddende vlucht (zie foto) Rug is roodbruin met donkerbruine vlekken, staart met zwarte eindband (foto vilda). Mannetje heeft grijze kop, staart en stuit.

Territoriumgrootte: 0,05 – 1,5 koppels/km² (afhankelijk van het voedselaanbod) Biddende vlucht

Leefgebied

De torenvalk past zich zeer goed aan in alle leefgebieden, en komt bijgevolg voor in uitgestrekte akkerbouwgebieden tot in de steden.

Jachtwijze

Vanop een gekozen zitplaats (zitstang in boomgaard, straatverlichting, telefoonpalen, boom- en weidepalen) speuren ze naar een prooi. Ze vliegen ter plaatse, biddend (=klapwiekend).

Voedsel

Ze kunnen tot 1500 prooien per jaar verorberen. Per dag kunnen dit bijvoorbeeld 4 woelmuizen zijn in de winterperiode, tot 8 woelmuizen in de zomerperiode. Ongeveer 85 % van hun prooien zijn kleine knaagdieren; veld- en woelmuizen, maar ook spitsmuizen en mollen. Wanneer het aanbod knaagdieren beperkt is, worden er ook kleine vogels, grotere insecten, slakken en regenwormen gevangen.

Voortplanting

De torenvalk maakt zelf geen nest, maar gebruikt oude ekster-, kraaien- en duivennesten. Ook zoeken ze de nissen op in gebouwen, rotsen, torens of elektriciteitspalen. Open nestkasten opgehangen op 4 tot 6 m hoogte zijn ook zeer geschikt. Ze leggen één keer per jaar 4 tot 6 roodbruin gevlekte eieren met een witte grondkleur in de periode begin april tot eind juli. Het vrouwtje broedt 27 tot 32 dagen op het nest. De jongen blijven daarna nog 30 dagen in het nest en nadien worden ze nog gedurende 4 weken door de ouders gevoed. Meestal overleven 3 à 4 jongen, afhankelijk van het voedselaanbod en het weer. Bij weinig voedsel kan de eileg uitgesteld worden. Gedurende jaren blijven ze trouw aan hun nest en partner.

(PC Fruit)

Vogel – nestkast / Koolmees – kast / invliegdiameter 31mm

 15,32

Cederhout 18mm

17cm x 25cm x 28cm

– Nestkast van het gesloten type

– Hoogte invliegopening: 18 cm.

– Zwevende nestkast van het buistype met een diameter van 25 cm, dient enkel voor mezen, geen mussen.

– Nestkasten op rustige plaatsen uithangen, niet aan de straatzijde.

– Plaatsing in hagen of op palen op een hoogte van 2 à 3 m.

– De nestkast moet een invliegdiameter hebben van 30-32 mm, in geval van andere afmetingen dan zullen andere vogels de kast inpalmen, vooral mussen.

– Aantal : 3-5 nestkasten per ha

 

Koolmees – Parus major

Belang:

Voedsel bestaat tot 70% uit rupsen. Algemene broedvogel. De koolmees is de grootste en de meest voorkomende van de mezen.

Beschrijving

Lengte: 12-14cm

Vleugelspanwijdte: 21- 25cm

Dagactief Insecten en zaadeter

Geluid: lokroep ‘tietsjer, tie-tsjer’, alarmroep ‘terr-terr’

Stand- en zwerfvogel

Territoriumgrootte:

1-3 koppels/10 ha in landbouwgebied, 3-8 koppels /ha in bossen en tot 40 koppels /10 ha in parken en tuinen. Zwarte kop met witte wangen, de kraag en keel zijn ook zwart. Lange zwarte stropdas (buikstreep) die bij het vrouwtje smal is en bij het mannetje breed. Rug is groengeel en de zijkanten zijn geel overgaand naar blauw aan de staart.

Leefgebied

De koolmees is oorspronkelijk een bosbewoner, maar heeft zich aangepast aan verschillende leefomgevingen zoals loofbossen, bosjes, parken, tuinen, boomgaarden, gemengd landschap met bosjes en hagen, op voorwaarde dat er nestholten of nestkasten op deze plaatsen aanwezig zijn.

Jachtwijze

Ze zoeken intensief de stammen en de takken af naar insecten. Ook op de grond gaan ze op zoek naar bodeminsecten en slakken.

Voedsel

Koolmezen eten allerlei insecten uit de boomgaard, zoals wintervlinder, voorjaarsuil, bladroller, appelbloesemkever (larven en volwassenen), schildluizen, bladluizen en bladvlooien. In de winter voeden ze zich met fruitmot rupsen en cocons, die achter schorsdelen verscholen zitten of met zaden, Vogels – 62 – bessen, bloemknoppen, beukennootjes, eikels en zelfs hazelnoten. De jongen van de koolmezen eten eerst spinnen en later ook rupsen van wintervlinder, voorjaarsuilen, bladrollers,enz.

Voortplanting

De koolmees zoekt holtes in muren, bomen, palen, nestkasten, brievenbussen of buizen. Het nest wordt door het vrouwtje gemaakt op 5-12 dagen tijd en bestaat uit takken, droog gras en mos. De nestkom wordt gemaakt van haren en veertjes. Ze leggen 5-12 rood gestippelde witte eieren in de periode april tot juli (soms leggen ze 2 legsels). Het vrouwtje broedt 13 tot 15 dagen op het nest. De jongen blijven daarna nog 15-22 dagen in het nest en nadien worden ze nog gedurende 7-21 dagen door de ouders gevoed, afhankelijk van het feit of er reeds een 2de legsel is.

(PC Fruit)

Vogel – nestkast / Koolmees – kast / invliegdiameter 31mm

 8,40

Cederhout 15mm

15cm x 27cm x 15cm

– Nestkast van het gesloten type

– Hoogte invliegopening: 18 cm.

– Zwevende nestkast van het buistype met een diameter van 25 cm, dient enkel voor mezen, geen mussen.

– Nestkasten op rustige plaatsen uithangen, niet aan de straatzijde.

– Plaatsing in hagen of op palen op een hoogte van 2 à 3 m.

– De nestkast moet een invliegdiameter hebben van 30-32 mm, in geval van andere afmetingen dan zullen andere vogels de kast inpalmen, vooral mussen.

– Aantal : 3-5 nestkasten per ha

 

Koolmees – Parus major

Belang:

Voedsel bestaat tot 70% uit rupsen. Algemene broedvogel. De koolmees is de grootste en de meest voorkomende van de mezen.

Beschrijving

Lengte: 12-14cm

Vleugelspanwijdte: 21- 25cm

Dagactief Insecten en zaadeter

Geluid: lokroep ‘tietsjer, tie-tsjer’, alarmroep ‘terr-terr’

Stand- en zwerfvogel

Territoriumgrootte:

1-3 koppels/10 ha in landbouwgebied, 3-8 koppels /ha in bossen en tot 40 koppels /10 ha in parken en tuinen. Zwarte kop met witte wangen, de kraag en keel zijn ook zwart. Lange zwarte stropdas (buikstreep) die bij het vrouwtje smal is en bij het mannetje breed. Rug is groengeel en de zijkanten zijn geel overgaand naar blauw aan de staart.

Leefgebied

De koolmees is oorspronkelijk een bosbewoner, maar heeft zich aangepast aan verschillende leefomgevingen zoals loofbossen, bosjes, parken, tuinen, boomgaarden, gemengd landschap met bosjes en hagen, op voorwaarde dat er nestholten of nestkasten op deze plaatsen aanwezig zijn.

Jachtwijze

Ze zoeken intensief de stammen en de takken af naar insecten. Ook op de grond gaan ze op zoek naar bodeminsecten en slakken.

Voedsel

Koolmezen eten allerlei insecten uit de boomgaard, zoals wintervlinder, voorjaarsuil, bladroller, appelbloesemkever (larven en volwassenen), schildluizen, bladluizen en bladvlooien. In de winter voeden ze zich met fruitmot rupsen en cocons, die achter schorsdelen verscholen zitten of met zaden, Vogels – 62 – bessen, bloemknoppen, beukennootjes, eikels en zelfs hazelnoten. De jongen van de koolmezen eten eerst spinnen en later ook rupsen van wintervlinder, voorjaarsuilen, bladrollers,enz.

Voortplanting

De koolmees zoekt holtes in muren, bomen, palen, nestkasten, brievenbussen of buizen. Het nest wordt door het vrouwtje gemaakt op 5-12 dagen tijd en bestaat uit takken, droog gras en mos. De nestkom wordt gemaakt van haren en veertjes. Ze leggen 5-12 rood gestippelde witte eieren in de periode april tot juli (soms leggen ze 2 legsels). Het vrouwtje broedt 13 tot 15 dagen op het nest. De jongen blijven daarna nog 15-22 dagen in het nest en nadien worden ze nog gedurende 7-21 dagen door de ouders gevoed, afhankelijk van het feit of er reeds een 2de legsel is.

(PC Fruit)

Vuurpotten paraffin

Oorspronkelijke prijs was: € 12,00.Huidige prijs is: € 10,50.

De warmte die de vorstbeschermingskaarsen afgeven, verwarmt de koude lucht en voorkomt vorstschade aan bloemen en kleinfruit, waardoor oogstverliezen worden geëlimineerd.

Temperatuur  -2°C  -3°C  -4°C  -5°C  -6°C  -7°C
Hoeveelheid per/ha 200 250 300 350 400 500

 

Hoeveelheid op pallet Hoeveelheid op truck Gewicht
144 4.320 19.440

Zaag met gebogen blad

Uitstekende trek-snoeizaag die zorgt voor een schone en precieze snede. De inklapbare vergrendeling maakt deze zaag veilig en handig. Het blad heeft een driezijdige snijkant en getemperde tanden: dit alles garandeert een zeer lange levensduur en een uitzonderlijke sterkte van het blad. Het bladoppervlak is glad en dit verbetert de prestaties tijdens het snijden, helpt infecties te voorkomen en zorgt voor een snelle genezing van de plant. De tweecomponenten kunststof grip is zeer comfortabel en handig

Zwarte ring

perfect geschikt voor antiregensystemen
hoge weerstand tegen weersinvloeden
heropenbaar
eenvoudig te installeren